Ga naar inhoud

Overstappen van LaserWork of RDWorks naar LightBurn

Werkte je voorheen in RDWorks of LaserWork en stap je over naar LightBurn? Vrijwel al je bestaande kennis blijft bruikbaar; de concepten zijn hetzelfde, alleen de benamingen verschillen. Deze pagina biedt het overzicht van termen en legt uit wat je wel en niet meeneemt.

Terminologie: hetzelfde concept, een andere naam

Section titled “Terminologie: hetzelfde concept, een andere naam”

Deze tabel is het handigste onderdeel van deze pagina. De meeste vragen in de trant van “ik kan optie X niet vinden in LightBurn” betekenen simpelweg dat optie X anders heet.

RDWorks / LaserWork LightBurn Wat het is
Scan gap / interval Line interval (of DPI) Afstand tussen de scanlijnen bij rastergraveren
Reverse interval / reverse compensation Scanning offset adjustment Compenseert ontsteekvertraging op hoge snelheid
Sew compensation / seal Close open paths tolerantie Sluit vectorlijnen die elkaar nét niet raken
Backlash / reverse gap Scanning offset adjustment Zelfde instelling, zelfde doel
Processing mode: Cut / Scan / Dot Line / Fill / Offset Fill Vectorsnijden versus rastergraveren
Layer parameters Cut settings / layer Snelheid, vermogen en aantal doorgangen per kleurlaag
Output / Priority order Cut order, optimalisatie-instellingen Welke laag in welke volgorde wordt uitgevoerd
Min power / Max power Min power / Max power Onveranderd: het vermogensbereik bij vertragen in hoeken
Blow / Air Air assist per laag Luchtdruk aan of uit voor die specifieke laag
Doc / user origin Job origin / start from Waar de laseropdracht op het bed wordt gepositioneerd
Path optimisation Optimisation settings Snijvolgorde en rijrichting optimaliseren

Twee instellingen verdienen extra aandacht omdat ze de meeste verwarring geven:

  • Min power en max power vormen geen willekeurig testbereik. Ze bepalen het laservermogen bij langzame hoeken ten opzichte van de volle rijsnelheid, zodat de inbranding egaal blijft wanneer de kop afremt. Stel je min gelijk aan max, dan branden hoeken te donker in; zet je min veel te laag, dan vervagen hoeken.
  • Scanning offset adjustment is afhankelijk van de gemonteerde laserbuis en hoogspanningsvoeding. Deze waarden neem je niet over tussen machines en moeten opnieuw worden ingeregeld als een onderdeel vervangen wordt. Zie onscherpe of dubbele gravure.

Je tekeningen neem je mee. LightBurn importeert alle gangbare vectorformaten, dus ontwerpen uit je oude workflow gaan niet verloren. Oude .rld-projectbestanden zijn specifiek voor RDWorks; open ontwerpen daarom bij voorkeur vanuit het originele bronbestand (AI, DXF, SVG).

Je materiaalparameters neem je niet automatisch over. Snelheden en vermogens liggen dicht bij elkaar, maar zijn niet gegarandeerd 1-op-1 hetzelfde. Test ze altijd even op een reststukje. Gebruik de BRM-materiaallibrary als startpunt in plaats van oude waarden handmatig over te typen: de BRM-materiaallibrary importeren in LightBurn.

Je machineprofiel neem je niet over. Je configureert de machine eenmalig in LightBurn. Wij leveren alles wat je daarvoor nodig hebt:

Controller-instellingen blijven op de controller. Machineconfiguraties staan opgeslagen in de Ruida-controller in de machine, niet in de software, en blijven bij de overstap onaangetast.

De stappen om aan de slag te gaan, in volgorde. Stap 3 en 4 zijn specifiek voor BRM:

  1. Installeer LightBurn
  2. Activeer je licentie (dit artikel beschrijft ook hoe je deactiveren kunt om de licentie naar een andere computer over te zetten)
  3. Maak je BRM-machine aan
  4. Importeer de BRM-materiaallibrary
  5. Maak een proefsnede op een reststuk voordat je aan een echte productie begint

Kom je vanuit Adobe Illustrator, dan is het exportadvies nagenoeg ongewijzigd: bestanden exporteren vanuit Illustrator naar LaserWork. LightBurn kan beter overweg met SVG- en DXF-bestanden dan LaserWork, waardoor eerdere workarounds vaak niet meer nodig zijn.

Het kan prettig zijn om LaserWork tijdens de overgangsperiode op je computer te laten staan als achterwacht voor de eerste opdrachten. Zorg er wel voor dat er nooit twee programma’s tegelijk verbinding maken met de controller; twee programma’s die communiceren via dezelfde USB- of netwerkpoort veroorzaken verwarrende foutmeldingen.