Ga naar inhoud

De echte focus vinden met een ramptest

De straal is alleen op één exacte afstand onder de lens het kleinst, en daarmee het krachtigst. Focusgereedschap zet die afstand snel en is voor dagelijks gebruik de juiste methode.

Maar soms moet je hem vinden in plaats van instellen: het gereedschap is kwijt, er is een andere nozzle gemonteerd, je weet niet zeker of het gereedschap bij de lens hoort die er nu in zit, of je snijdt dik materiaal en wilt weten waar je de focus erin legt.

In plaats van de kop stapsgewijs op en neer te bewegen en een reeks testlijnen te snijden, kantel je het materiaal en snijd je er één lijn overheen. Elk punt op die lijn ligt op een andere hoogte, dus de lijn bemonstert het hele bereik in één keer. Waar de snede het smalst is, zat je op de echte focus.

  1. Maak een helling. Pak een vlak restje. Acrylaat werkt goed omdat de snijsporen makkelijk af te lezen zijn, maar alles wat consistent is voldoet. Zet één kant omhoog zodat het onder een flauwe hoek over het bed ligt. Een flauwe hoek geeft een betere resolutie dan een steile.
  2. Zet een bekend referentiepunt. Noteer waar de lage kant ten opzichte van het bed ligt, zodat je een positie op de helling kunt terugrekenen naar een hoogte. Een liniaal ernaast geplakt maakt dat een stuk eenvoudiger.
  3. Teken één rechte lijn die de helling op loopt, en snijd die als vector op een snelheid en vermogen die het materiaal duidelijk markeren zonder er doorheen te gaan.
  4. Lees het resultaat af. Het spoor is aan de ene kant breed, in het midden smal, en aan de andere kant weer breed. Het smalste punt is de echte focus.
  5. Reken om naar een hoogte. Meet hoe ver over de helling het smalste punt ligt, en gebruik de hellingshoek of je referentiepunten om de bijbehorende afstand tot de nozzle uit te rekenen.

Een ramptest meet de lens die er nu in zit. Verwissel de lens en het antwoord verandert mee; dat is precies waarvoor verschillende brandpuntsafstanden bestaan.

Voor graveren en voor dun materiaal is focussen op het oppervlak juist.

Voor het snijden van dikker materiaal vaak niet. De straal is een kegel: hij loopt samen naar het brandpunt en daaronder weer uit elkaar. Focus je op het bovenoppervlak, dan is de straal alweer aan het uitwaaieren tegen de tijd dat hij de onderkant van een dikke plaat bereikt, waardoor de snede met de diepte steeds minder efficiënt wordt en de snijvoeg duidelijk V-vormig wordt.

In het materiaal focussen, ergens onder het oppervlak, verdeelt het bruikbare deel van de kegel over de dikte. Het resultaat is meestal een gelijkmatiger snijvoeg en een schonere snede in dik materiaal.

De grens ligt rond 3 mm voor de 50,8 mm-lens en 6 mm voor de 101,6 mm-lens. Boven die diktes wordt een focusverloop zichtbaar. Zet om dat te voorkomen de focushoogte op een derde in het materiaal: 10 mm acrylaat met een normale focushoogte van 7 mm komt dan op 3,67 mm. Ga niet onder 1 mm tussen het materiaal en de nozzle.

Ben je het jouwe kwijt, dan kun je een nieuw exemplaar op de machine snijden: focushoogtegereedschap, onder Downloads → Cut files.

Heb je autofocus (op de Slim en de Pro), dan meet die naar het materiaaloppervlak, wat klopt voor graveren en dun materiaal. Voor het snijden van dik materiaal, waarbij je de focus in de plaat wilt hebben, moet je daar nog een offset bovenop zetten. Je kunt met het meegeleverde focustrapje met de hand een andere hoogte instellen, of de Z-hoogteparameter in LightBurn gebruiken om de laag ten opzichte van de focushoogte te verschuiven.

Zie hoe stel ik de autofocus van mijn BRM Slim en Pro af?

Is de focus verschoven zonder dat iemand er iets aan gedaan heeft, dan is er iets bewogen: een stoot tegen de nozzle, een lensschacht die is weggezakt, of een kop die na een botsing niet meer haaks staat. De focus opnieuw zetten behandelt het symptoom. Zoek de oorzaak: mijn laser snijdt niet meer door.

De focus bepaalt ook je snijvoeg. Snijd je onderdelen die moeten passen, meet de snijvoeg dan opnieuw na elke focuswijziging: snijvoeg en snijvoegcompensatie.